Wim Hillenaar, burgemeester

Als burgemeester van Cuijk staat Wim Hillenaar voor een fatsoenlijke overheid zonder overkill aan regels, met ruimte voor gezond verstand. Van gouden bruiloft tot collegelunch, hij grijpt graag de gelegenheid aan om dat verhaal te vertellen.

Wim Hillenaar

Wat bent u liever, politicus of bestuurder?

“Bestuurder, want besturen is problemen oplossen. Een politicus moet de verschillen zichtbaar maken, de bestuurder probeert alles juist bij elkaar te brengen.”

Hoe bent u actief geworden in het lokale bestuur?

“Omdat mijn vader burgemeester was en veel vertelde, wist ik in mijn jeugd precies wat er allemaal speelde in het dorp. Toen ik in Gouda kwam wonen, wist ik niets meer van mijn omgeving. Ik ging daarom vooral uit nieuwsgierigheid de politiek in, zodat ik mijn woonomgeving beter zou leren kennen. Bij een politieke partij ben je het nooit met alles eens, maar bij het CDA voelde ik mij het meest thuis. De nestgeur was voor mij doorslaggevend. Ik werd raadslid.”

Wat drijft u in de politiek?

“Ik heb me altijd sterk geïdentificeerd met de overheid. Ik heb als burgemeester geen vastomlijnde inhoudelijke agenda, maar sta wel voor een fatsoenlijke overheid. Zonder ‘overkill’ aan regels, met ruimte voor gezond verstand. Dat legt de basis voor existentieel vertrouwen dat de overheid het beste met ons voor heeft.

We hebben als gemeente weinig echte macht, want de wettelijke marges zijn vaak smal. Toch worden wij op veel verschillende manieren beoordeeld: bestuurlijk, juridisch en vanuit het perspectief van de burger. We leven in een permanente omgeving van functioneringsgesprekken. Ik zou graag zien dat mensen dat begrijpen.”

Waar loopt u als burgemeester tegenaan?

“Ik wil met iedereen het gesprek voeren, maar we komen er niet altijd uit. Daar worstel ik mee. We hebben hier twee scholen opnieuw gerealiseerd, maar het was bij wijze van spreken nog gemakkelijker geweest om een vergunning voor een kerncentrale te krijgen. We hebben als gemeente uiteindelijk gewonnen bij de Raad van State. Maar toch voelt het als een verlies, omdat we het niet goed hebben kunnen uitleggen aan burgers.”

Wat maakt het burgemeesterschap mooi?

“Vooral de enorme diversiteit vind ik fascinerend. Je bent betrokken bij grote besluiten, maar het intermenselijke contact is minstens zo belangrijk. Op mijn spreekuur ontvang ik zowel de directeur van een groot bedrijf als een 80-jarige mevrouw op wiens hulp gekort is. Een enkele keer moet ik iets herstellen in onze organisatie, maar vaak is een luisterend oor al genoeg. Dat ik tijd voor hen vrijmaak, is al de helft van de oplossing. Als burgemeester bekleed je een van de weinige functies bij de overheid die vertrouwen krijgt.

Ik speel geen rol in dit ambt, ik ben zoveel mogelijk mezelf. Dat is belangrijk, want anders sta je belangrijk te doen. Ik vind dit werk buitengewoon eervol. Het vraagt volgens mij ook enige gereserveerdheid. Ik loop wel mee in de polonaise, maar sta niet voorop. En ik sla een arm om iemands schouder als het nodig is. Maar alleen dan.”

Waar heeft u zorgen over?

“Ik maak me zorgen over het wankele vertrouwen in de democratie. Mensen realiseren zich niet hoe waardevol dat is en dat ze daar zelf ook deel uit maken. We slagen er niet in om het genuanceerde verhaal te vertellen.

In een gemeenteraad zitten over het algemeen hele goede mensen. Als je hen in het bestuur van een voetbalclub zou zetten, zouden ze samen de schouders eronder zetten. Het verbaast me weleens dat het in de politiek zo niet werkt.

Raadsleden denken vaak dat ze het spel in de Tweede Kamer moeten imiteren. Maar welke inwoner zit te wachten op een motie van treurnis?

‘Ja, dat is toch politiek’, zeggen raadsleden dan. Daar spreek ik ze op aan. Want het eindbeeld voor de burger is dat de politiek er weer een potje van maakt. Ik zeg altijd: speel niet de Tweede Kamer, maar blijf jezelf en kies voor het grotere geheel.”

Hoe onderhoudt u contacten met burgers?

“Ik sluit zoveel mogelijk aan bij wat er is, dus door het bezoeken van evenementen en andere gebeurtenissen. Twitter of Facebook doe ik niet, want daar zou ik enorm onrustig van worden. Ik doe wat bij mezelf past en vul het een beetje pastoraal in.

Ook het bezoeken van gouden bruidsparen heeft waarde. Je kunt gemakkelijk een karikatuur maken van een burgemeester ‘die taart eet met bejaarden’, maar ik vind dit waardevolle contacten. Vaak vragen ze me om uitleg over een of andere kwestie. Dan kan ik mooi weer mijn verhaal doen.”

Wat vindt u lastig aan uw functie?

“Als burgemeester heb je nooit helemaal een onafhankelijke positie. En je wordt voortdurend beoordeeld. Ik wilde iemand een persoonlijke brief sturen, maar dacht ook dat ik dat dan voortaan aan iedereen moest doen. Uiteindelijk heb ik die brief gewoon geschreven. Ze moeten het me maar gunnen dat je soms ook spontaan reageert.

Iedereen ziet maar een beperkt deel van de werkelijkheid. Dat geldt ook voor onze medewerkers. Bij collegelunches schuiven ambtenaren uit de hele organisatie aan, ook de medewerkers waar we als bestuurders weinig mee te maken hebben. Bij zo’n lunch hebben we de gelegenheid om het hele verhaal te vertellen.”

Wat is een belangrijke les voor u?

“Vier maanden na mijn aantreden als burgemeester was er een heftig ongeval op de Maas. In mijn vorige functies had ik me al bezig gehouden met crisisbestrijding, maar nu stond ik zelf als verantwoordelijke in het weiland. Cameraploegen van diverse omroepen stonden al klaar, de raadszaal zat vol mensen.

Ik luisterde goed naar de communicatieadviseurs van GGD, brandweer en politie, maar je moet uiteindelijk doen wat bij je past. Van burgemeester Ton Rombouts kreeg ik ooit als tip om op zo’n moment bewust de tijd te nemen om even naar het plafond te staren. Dat heb ik gedaan om de goede woorden te vinden om het ongeval te duiden. Toen ik de slachtoffers omschreef als ‘jonge vaders’ werd dat als warm ervaren. De goede toon luistert nauw.”