Rogier van der Sande, gedeputeerde

Rogier van der Sande is gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland en al jaren pleitbezorger van Open Overheid. In het coalitieakkoord (2015-2019) is 5 miljoen euro gereserveerd voor expliciete doelstellingen op het gebied van transparantie en openheid. Van der Sande: “We zijn al bezig, maar nu kunnen we echt grote stappen gaan zetten”.

Rogier van der Sande

Rogier van der Sande

Wat drijft jou persoonlijk in dit dossier?

Ik geloof in de kracht van democratie. Als ik bezoekers meeneem naar de statenzaal, of naar de Tweede Kamer, dan zien we daar een grote publieke tribune en die is er niet voor niets. Toen we begonnen met onze democratie was één van de belangrijkste voorwaarden dat mensen konden zien en horen wat volksvertegenwoordigers deden. De openbaarheid van de besluitvorming is elementair voor een democratie. Als je kijkt naar de grote verdedigers van de representatieve democratie, dan zeggen zij dat iedereen in staat moet zijn om te controleren of een politicus zijn werk goed doet. Iedereen moet daar dus kennis van kunnen nemen, in de volle openbaarheid. Als je je als bestuurder niet hoeft te verantwoorden dan heb je toch een oligarchie, dictatuur of wat dan ook. Ik ben VVD’er, liberaal en voor mijzelf is John Locke in dit verband belangrijk. Die zei dat het volk ook tegen de koning in opstand mag komen als de koning niet goed voor zijn volk zorgt. Dat kan alleen maar als het volk weet wat er gebeurt. Maar goed, dit was het in de tijd van de postkoets en de courant. We leven nu in de tijd van internet en de iPad. Nu is er zo verschrikkelijk veel informatie. De virtuele publieke tribune is daardoor heel groot geworden. Naast verantwoording biedt deze tijd ook heel veel mogelijkheden om samen te werken.

Wat hoor jij aan tegengeluiden als je zo’n warm pleidooi voor openheid houdt?

Anderen betogen soms dat al die openheid ook kan leiden tot cynisme, of tot misbruik. En dat openheid zo het vertrouwen in de democratie en het bestuur ondergraaft. Dan zeg ik: ja, dat kan ook. Maar ik geloof dat de wal het schip keert. Als iedereen diezelfde informatie heeft, dan is de kans op misbruik veel kleiner omdat de feiten dan publiekelijk gecontroleerd kunnen worden.

Kun je daarvan een voorbeeld geven?

Wij zetten al onze bestuurskosten online. De discussies gaan dan niet meer over “je houdt iets voor me achter” of over of iets een feit is of niet. De discussies gaan over wat een ander van de feiten vindt. Een veel zinvoller type gesprek dus. Ik geloof dat de democratie en alle mensen die daarin werken weerbaar genoeg zijn om cynisme en misbruik van informatie te overleven. Als je stopt met transparantie dan verlies je daar zoveel meer mee. Je verliest vooral ook de mogelijkheid om je in alle openbaarheid te verdedigen. Want je kunt dan in alle openbaarheid zeggen: dit zijn de feiten, u kunt het er niet mee eens zijn, maar met de feiten moeten we het beiden doen. Ik ga de komende dagen naar Brussel en iedereen kan straks zien wat mijn hotelkamer daar kost. En iedereen kan zien dat ik mezelf daar niet te buiten ga, omdat m’n bonnetjes online staan. Doordat we proactief onze bestuurskosten publiceren is de interesse van journalisten trouwens ook flink afgenomen. Het spannende lijkt er wel vanaf te zijn. We kunnen ons nu bezighouden met waar het werkelijk om gaat.

Wat is jouw ambitie op het gebied van Open Overheid?

Wij willen in Nederland voorop lopen in het transparant maken van de provincie (Open Overheid, Open Spending en Open Data). Zo hebben we het letterlijk opgeschreven in het coalitieakkoord. We hebben het zo geformuleerd, niet omdat het een wedstrijd is, maar om duidelijk te maken dat de vraag niet meer aan de orde is of we het gaan doen, of dat we het een beetje gaan doen. Laat ik hier glashelder over zijn: we gaan substantiële stappen zetten om een transparante en open provincie te worden.

Wat hoop je in 2019 bereikt te hebben?

Ik hoop dat we op vier belangrijke onderdelen belangrijke voortgang hebben geboekt:

  1. Open Data. We scoren hier al niet slecht, met geodata zijn we misschien al wel het verste, maar daar kan nog veel meer. Belangrijk daarbij vind ik dat de data die we open stellen kloppen, dat ze integer zijn.
  2. Open Verantwoording. Zorgen dat we ook zelf op onze eigen website, op onze eigen apps, onze informatie beter ontsloten hebben. Het gaat mij erom dat anderen onze informatie beter kunnen vinden en dat ze er écht iets aan hebben. Of het nu om een journalist gaat die goed op de hoogte is of om een minder met de materie bekende burger.
  3. Open Spending. We hebben al waarstaatjeprovincie.nl en ik ben tevreden over hoe we onze begroting presenteren, maar dat vind ik echt het begin van een gesprek met onze omgeving. Onze begroting moet ook voor een willekeurige inwoner begrijpelijk zijn. En de cijfers moeten actueel zijn.
  4. Open Aanpak en Open Contact maken ons kwartet compleet. Niet het eerste waar je aan denkt bij Open Overheid, maar wel het belangrijkst. Dit gaat over een andere manier van samenwerken en communiceren met partners in onze omgeving: bedrijven, burgers, mede-overheden, kennisinstellingen, enzovoort.

Wat bedoel je met die andere manier van samenwerken?

De vraag is wat wij als provincie samen met anderen toevoegen aan de samenleving. Daar hoort een nieuwe werkhouding bij: netwerkend werken, bij ons gestart in de vorige collegeperiode en onderzocht door de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB). Netwerkend werken gaat over de vraag of je je doelrealisatie alleen doet of samen met anderen. Dat laatste betekent dat we op een andere manier moeten gaan samenwerken. Concreet betekent dit dat we eerder in het proces al de samenwerking zoeken met anderen. Of dat anderen ons opzoeken. En dat we ook eerder informatie delen, over wat we willen bereiken en welke data we daarover hebben. Dat we eerder ook informeel met elkaar praten. Dat betekent dat we het hier in huis ook heel anders moeten organiseren. Wij zijn nog steeds een piramide, een traditionele overheidsorganisatie. De leden van de provinciale staten zijn nog steeds degenen die ons accorderen. Door hen worden de randvoorwaarden aan de bestuurders, aan ons, het college van gedeputeerden, meegegeven. Hoe houden we de Statenleden in de loop en in de lead? En hoe maken we tegelijkertijd heldere procesafspraken die er voor zorgen dat medewerkers soepel met onze partners kunnen samenwerken? Dus zonder dat zij iedere keer terug moeten om binnen de provinciale piramide goedkeuring te vragen. We moeten dus eerder weten wat we willen, ook al is informatie onvolledig en zijn zaken nog onzeker. Dat betekent ook wat voor de verantwoording van het college van gedeputeerden naar de provinciale staten. Ik vind het heel erg spannend hoe dit in de praktijk vorm krijgt. Ook hoe deze manier van werken ondersteund gaat worden door de informatievoorziening.

Wat levert netwerkend werken op?

Het kan veel opleveren. Ik kan dat het beste illustreren aan de hand van een paar voorbeelden. Binnen recreatie en toerisme is het project Waterdriehoek een bekend voorbeeld. Als provincie gingen we in overleg met partners in het gebied en vele partijen zoals de stichting Werelderfgoed Kinderdijk. We wilden Kinderdijk beter toegankelijk maken. Als provincie brachten we de partijen bij elkaar. Lokale partijen en de Rabobank hebben het vervolgens overgepakt. Nu zijn we één van de vele partijen die meedoen met het project Waterbus dat de molens bij Kinderdijk voor grote groepen bereikbaar maakt. We boekten dus inhoudelijke winst op dit project, maar ook scoorden we doordat we een andere manier van werken uitvonden.

Een ander voorbeeld is de Groene Cirkels van de Heineken brouwerij Zoeterwoude. Heineken wil hiermee de meest klimaatneutrale brouwerij realiseren door programma’s te realiseren rond de onderwerpen energie, water, grondstoffen, mobiliteit en leefomgeving. Deze Groene Cirkels zijn mede ontstaan en verder gebracht doordat medewerkers van Zuid-Holland de samenwerking met Heineken opzochten. De rol van de provincie is hier: meedenken om een aantal zaken mogelijk te maken, zoals het plaatsen van windmolens of rekening houden met de wensen van Heineken bij het opstellen van verkeer- en vervoersplannen. Ook hier scoren we twee keer: beleidsinhoudelijk en wat met een andere manier van werken dan de traditionele plannenmakerij. Samen werken aan resultaat is ook hier het uitgangspunt.

Vaak deden we al aan netwerkend werken voordat we het zo noemden. Maar toch blijft het vaak wel pionieren; netwerkend werken blijft buitengewoon. Mijn ambitie is dat netwerkend werken in 2019 de standaard is. Het nieuwe normaal.

Hoe gaat de provinciale piramide zich dan aanpassen aan deze nieuwe manier van werken?

Dat gaat stap voor stap. Een eerste stap is dat we de behandelend ambtenaar centraal hebben gesteld en iedereen, dus ook de gedeputeerden, kun je dan zien als toeleveraar van informatie. De kunst is om van die grote provinciale piramide uiteindelijk een netwerk van een heleboel kleine piramides te maken. De driehoek politiek opdrachtgever, ambtelijk opdrachtgever en behandelend ambtenaar staat daarbij dan centraal. De interne aanpassing is dus dat we als provincie ook een netwerk worden. Zo buiten, zo binnen.

Stel, het is 2019, wat doen de partners in de omgeving van de provincie dan met de toegenomen openheid vanuit de provincie?

De waarde van openheid wordt uiteindelijk bepaald door de samenleving zelf. Bijvoorbeeld door de partners waarmee we op basis van correcte informatie samenwerken. Bijvoorbeeld door degenen die een appje bouwen met onze data die voorziet in een maatschappelijke behoefte. En ikzelf mag hopen dat inwoners, al is het maar ééns in de vier jaar, zich extra verdiepen in wat wij hier in de provincie doen, hebben gedaan en hoe we als één van de betrokkenen hebben bijgedragen aan een beter Zuid-Holland. Ik hoop dat het burgerschap uiteindelijk is versterkt. Want die publieke tribune, die mag niet leeg zijn. We moeten willen dat mensen naar ons kijken en ons beoordelen.

De provincie is een minder zichtbare bestuurslaag, dus als ik er aan kan bijdragen dat meer mensen hebben gekeken wat deze provincie allemaal aan doelen heeft behaald, dan zou me dat een lief ding waard zijn. Ik wil mensen in staat stellen om op basis van feiten hun eigen keuzes te maken. En het liefst laat ik alle Open Data toepassingen aan de vrije krachten van de samenleving over. Over de kracht van de samenleving ben ik gewoon heel optimistisch. Ik geloof in de kracht van de publieke tribune, de fysieke tribune in de statenzaal en de virtuele tribune op internet.

 

Dit artikel verscheen eerder in Open Overheid