Ingeborg Hoogveld, raadslid

Als woordvoerder van enkele wethouders proefde Ingeborg Hoogveld van de gemeentelijke politiek en dat smaakte naar meer. Daar hoef je geen conflictueus type voor te zijn, ontdekte ze. “Negentig procent van onze activiteiten hebben niets te maken met politieke spelletjes.”

Ingeborg Hoogveld

Ingeborg Hoogveld

Hoe bent u politiek betrokken geraakt?

“Als kind had ik een enorme honger naar informatie en wilde ik alles weten over de wereld. Later als journalist verwonderde ik me vaak over de gang van zaken bij onderwerpen waar ik verslag over deed. Ik had er steeds vaker ook een uitgesproken mening over. Maar er was geen enkele politieke partij waar ik mijn standpunten steeds herkende.

Dat veranderde toen ik vanaf 2002 woordvoerder werd voor verschillende wethouders van Leefbaar Rotterdam. Als ik een speech schreef voor een bestuurder was het evengoed mijn eigen verhaal. Een fantastisch gevoel.

Toen er vacatures waren voor bestuurders van deelgemeenten vonden veel mensen in mijn omgeving dat wel wat voor mij. Ik aarzelde, want voor mij had de politiek een groot imagoprobleem: debatten die vaak niet over de inhoud gaan, maar over ego’s. Voor geen goud, dacht ik. Dat conflictueuze zit helemaal niet in mij.”

Toch deed u het. Wat bracht u tot andere inzichten?

“Als ik dacht dat het beter kon vanuit de overheid, moest ik ook zelf aan het roer gaan staan, vond ik. Je kunt alleen iets veranderen als je daar zelf ook een rol in wilt spelen.

Omdat de wereld van politiek en gemeente al kende, vond ik het makkelijk om de stap te maken. Ik begrijp hoe een overheid werkt en had genoeg ervaring om de uitdaging aan te gaan. Dus ik zegde mijn vaste baan op en werd bestuurder van de deelgemeente Hoogvliet.”

Wat bevalt u aan de politiek?

“Als politicus kun je nieuwe gezichtspunten inbrengen en in gang zetten. Als bestuurder van de deelgemeente heb ik de welzijnssubsidies omgevormd en bezuinigingen doorgevoerd. Met die omvorming liep ik in de stad voorop. In feite liep ik daarmee ook vooruit op de latere omvormingen door de decentralisaties. Geen buurthuizen meer om te pim-pam-petten, maar zorgen dat mensen weer meedoen in de samenleving. Ook maakte ik me sterk om welzijn en zorg te integreren. Een uniek geluid, dat in 2011 nog niet zo breed vertolkt werd.”

U zou in 2014 vervolgens wethouder worden voor Leefbaar Rotterdam, maar dat liep anders. Uw relatie met Marco Pastors (voormalig wethouder voor Leefbaar Rotterdam en nu directeur Nationaal Programma Rotterdam Zuid) werd gezien als een bron van mogelijke belangenverstrengeling. Wat voor impact had dat op u?

“Naar aanleiding van die kwestie liepen in onze fractie de gemoederen hoog op. Een deel van mijn fractie vond dat ik best wethouder kon worden, enkele anderen vonden van niet. De verleiding zou er kunnen zijn om zo’n vuurtje verder op te stoken. Maar ik heb die binnenbrand juist neergeslagen, waardoor de fractie bij elkaar is gebleven. Dat heeft me een heel goed gevoel gegeven.

Ik merk wel dat ik vooral een bestuurlijk hart heb. Ik houd van analyse, visieontwikkeling, grote lijnen uitzetten en oplossingen bedenken. Ik vind het mooi om aan een partij- en coalitieprogramma mee te schrijven, zeker nu dat programma uitgevoerd wordt. De grootste stappen op de inhoud hebben we dan ook gezet bij onze onderhandelingen over het collegeprogramma. Ik vond dat een hele spannende tijd en ik heb als secondant van de twee onderhandelaars er mede voor gezorgd dat Leefbaar Rotterdam kon gaan besturen.”

Vervolgens werd u raadslid. Hoe ervaart u dat nu?

“Net zoals bijna iedereen had ik me voorgenomen om me zo min mogelijk te richten op raadstukken. Maar toch gaan die stukken met je op de loop. Je wilt toch goed beslagen ten ijs komen.

Soms heb ik ineens een grote afkeer van al die documenten, die je helemaal meezuigen in beleidstaal. Dan ga ik eerst zelf eens aan de slag om een visie te vormen. Dan stel ik mezelf vooraf enkele vragen: wat vind ik van dit onderwerp, wat vind ik er belangrijk aan en waarom en wat moet er volgens mij veranderen? Dan hoor je tijdens de vergadering wel of de wethouder daar ook aan gedacht heeft. Als je in de raad op deze manier je eigen verhaal houdt, is dat ook veel interessanter dan te zeggen: die zin op pagina 38, wat bedoelt u daar precies mee?”

Hoe bereiken jullie als fractie resultaten in de raad?

“Je hebt vastberadenheid en doorzettingsvermogen nodig om te investeren in een bepaald onderwerp: vragen stellen, het debat voeren en de pers opzoeken. Dan gaan mensen zien dat je met een groter verhaal bezig bent.

Om aandacht te krijgen in de media, zou je moeten overdrijven en chargeren. Maar als je eenvoudige of populistische taal gebruikt, word je daar als politicus tegelijkertijd ook op afgebrand. Dat is een lastige spagaat, want met een genuanceerd verhaal kom je niet ver. Ik vind het knap als raadsleden met een gevatte opmerking dan toch de aandacht weten te trekken.”

Waar bent u trots op?

“We vertolken met onze partij in Rotterdam een eigen geluid: we zijn vaak de enigen die bepaalde standpunten verwoorden. Dat we al bijna 15 jaar een-derde van de kiezers achter ons hebben staan, maakt onze lokale partij uniek.

We hebben ook de handen vrij om ons uit te spreken, want we hebben geen last van vastgeroeste partijpolitieke ideologieën of Haagse standpunten. Problemen rondom integratie benoemen wij altijd. We signaleren dat iets niet okay is en zoeken naar pragmatische oplossingen.”

Voor wie is het raadlidmaatschap geschikt?

“Er is voor veel typen mensen een plek in de politiek, want er moeten allerlei soorten onderwerpen behandeld worden. Een meer gemêleerde raad zou goed zijn, want de huidige raadsleden zijn voor een groot deel verbonden aan de overheid of semi-overheid. Het zou bijvoorbeeld mooi zijn als er meer ondernemers in de raad komen.

Het allerbelangrijkste is dat je jezelf bent als raadslid. Iedereen moet het op zijn eigen manier doen. Als je iets gekunstelds nastreeft, haken de mensen af. Doe gewoon eerlijk en oprecht je werk en vertegenwoordig de belangen van de kiezers.”

Wat zijn uw mooiste momenten?

“Ik geniet van een lekker debat. Het is heerlijk als je goed in het onderwerp zit en als er wat gezonde controverse is. En kijken en luisteren naar een goed debat van anderen, daar geniet ik ook van. Commissievergaderingen vind ik leuker dan raadsvergaderingen, omdat het meer over de inhoud gaat. De raad is een stuk politieker. Zes partijen staan één voor één hetzelfde punt te maken. Soms lijkt het wel op een tenniswedstrijd, waarbij ik op het ene veld tegenover zes andere partijen speel.”

Is uw beeld over de politiek veranderd?

“Het is me in ieder geval duidelijk geworden dat politici gewone mensen zijn. We voeren als politici een maatschappelijk debat, niet meer en niet minder. De raadszaal is onze arena. Dat vind ik prachtig.

In dit debat moet je altijd verbindingen zoeken. Het hoort erbij dat je naar een meerderheid zoekt: dat is het politieke handwerk. Dat mag wel eens belicht worden. Ik heb veel bewondering voor raadsleden die dit goed oppakken.

Als mensen zeggen dat het ‘typisch politiek’ is, dan gaat het eigenlijk over macht en hoe men elkaar de macht afhandig maakt. Ik vind het niet terecht dat die negatieve kwalificatie aan politici wordt gekoppeld, want machtskwesties komen ook voor bij bedrijven of in de top van een ziekenhuis. In negentig procent van de gevallen gaat het bij ons gewoon over de inhoud en de vraag wie het daarmee eens of oneens is.”

Hoe kijkt u tegen uw politieke toekomst aan?

“Twee perioden in de gemeenteraad zijn prima, een derde periode is te lang. Dan loop je het risico dat je onderdeel wordt van het systeem en dat je teveel reageert op personen in plaats van op de inhoud. Het Rotterdamse stadhuis is het politieke centrum in onze stad. Dat vind ik interessant. En tegelijkertijd moet je ook niet gaan denken dat de hele wereld uit dit poppenhuis bestaat.”