Ank Bijleveld-Schouten, minister

Ank Bijleveld-Schouten is sinds oktober 2017 minister van Defensie. Ze is al tientallen jaren actief bij gemeente, provincie en Rijk. Zo was ze commissaris van de Koning in Overijssel, was ze raadslid namens het CDA in Enschede (in 1984 het jongste raadslid), Tweede Kamerlid (in 1989 het jongste Kamerlid), burgemeester van Hof van Twente en staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Ze vertelt over wat haar drijft en waarom goede politieke ambtsdragers belangrijk zijn.

Wat drijft u bij het uitoefenen van functies in het openbaar bestuur?

“Als je iets wilt veranderen, moet je zelf meedoen. Deze boodschap heb ik van jongs af meegekregen en is altijd mijn drijfveer geweest. Tijdens mijn studietijd was ik daarom onder meer actief bij het CDJA. Later werd ik ook raadslid. Het is heel leuk om na te denken over je eigen stad, omdat het om hele concrete vragen gaat die om oplossingen vragen. Bij de gemeente kun je gemakkelijk direct zichtbare resultaten boeken. Je krijgt bovendien de kans om verder te kijken dan je eigen wereld en jezelf te ontwikkelen, zoals je spreekvaardigheden.

In de landelijke politiek duurt het vaak langer voordat je iets bereikt, maar op het gebied van sociale zaken en binnenlands bestuur heb ik ook zichtbare resultaten behaald. Het meest trots ben ik op mijn activiteiten als staatssecretaris: de opheffing van de Nederlandse Antillen, de vorming van Curaçao en Sint Maarten als zelfstandige landen binnen het Koninkrijk en de vorming tot bijzondere gemeenten van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Hoe werd u Kamerlid?

“Als gemeenteraadslid viel me op dat het Rijk te weinig oog had voor de uitvoering. Ik beet me er helemaal in vast. Dat viel op, dus ik werd uitgenodigd om me aan te melden voor de Tweede Kamer.

Als nieuwe Kamerleden werden we uitstekend begeleid door mentoren uit onze eigen fractie, waardoor ik heel goed de procedures heb geleerd. Als je die weet kun je meer invloed uitoefenen. We zaten bij de fractievergaderingen op alfabetische volgorde: ieder fractielid was even belangrijk.

De landelijke politiek is een wereld met veel belangen, waarin iedereen probeert zijn eigen doelen te bereiken. Dat zie je niet alleen in de politieke top, maar ook in de top van het bedrijfsleven. Je moet het kunnen relativeren en je bedenken dat je bij evenementen wordt uitgenodigd om je positie, niet omdat ze jou zo aardig vinden.”

Wat moet je in huis hebben om politicus te zijn?

“De wereld van de landelijke politiek zit vol verwachtingen. Je wordt altijd bekeken en aangesproken. Langs het hockeyveld sta je nooit alleen als moeder, maar ook als bestuurder. Het belangrijkste is om jezelf te blijven en niet een rol te spelen. Zo behoud je het vertrouwen van mensen.

De kritiek op bestuurders en politici is de laatste jaren enorm toegenomen. Op sociale media mag iedereen alles zeggen. Dat maakt dit werk wel lastig. Het is verstandig om regelmatig even afstand te nemen en in je vakantie echt weg te gaan.

Je hebt als politicus ook een sociale omgeving nodig, waar mensen jouw politieke ambt niet voorop zetten. Ik koester mijn netwerk met vriendinnen waar ik hele andere gesprekken kan voeren dan over politiek en bestuur.”

Wat betekent uw werk voor uw privéleven?

“Je moet een grote passie hebben voor dit werk, want het vraagt enorm veel tijd. Maar als je echt iets wilt bereiken, moet je ook bereid zijn om daarvan de consequenties te aanvaarden.

Ank Bijleveld

Tegelijkertijd wilde ik niet mijn hele persoonlijke leven opzij zetten voor mijn werk. Ik was de eerste parlementariër die in actieve dienst twee kinderen kreeg. Er was nog geen zwangerschapsregeling voor Kamerleden, waardoor ik geen vervanger had. Samen met vrouwelijke collega’s uit andere fracties hebben we ervoor gezorgd dat die regeling er later alsnog kwam.

In goed overleg met mijn partner hebben we besloten dat hij minder ging werken. Dat ging goed; ik heb nog nooit een ouderavond of verjaardag van mijn kinderen gemist. Het is dus mogelijk om het politieke ambt en een gezinsleven goed samen te laten gaan.”

Hoe probeert u het vertrouwen in het openbaar bestuur te verbeteren?

“Vertrouwen hangt vaak samen met personen, dus ik laat graag de goede voorbeelden zien. Ook de stem van jongeren en vrouwen dienen hoorbaar en zichtbaar te zijn in de politiek, omdat ze iets toevoegen. Ik vind het belangrijk om ruimte te maken voor deze groepen om politiek actief te worden.

Daarom gaf ik als Commissaris van de Koning bij burgemeestersbenoemingen bewust aandacht aan vrouwelijke kandidaten. Ik moedigde bijvoorbeeld geschikte vrouwen aan om te solliciteren en liet ook een aantal vrouwelijke kandidaten doorgaan naar de vertrouwenscommissie van de gemeenteraad.

Als commissaris had ik de opdracht om voor de verbinding met de samenleving te zorgen. De meeste inwoners hebben wel een idee wat hun eigen gemeente doet, maar hebben nauwelijks een beeld van de activiteiten van de provincie. We voerden daarom een actief programma uit, waarbij we mensen uitnodigden om hiermee kennis te maken, ook mensen die gewoonlijk niet snel in het provinciehuis komen. Ook geef ik zelf graag gastlessen en –colleges aan groepen die minder voor de hand liggen. Met het provinciebestuur gingen we graag naar minder gebruikelijke locaties. Zo vergaderden we bij rugbyclub Big Bulls in Almelo en deden ook nog mee aan een partij rugbygolf. De Big Bulls waren uitgekozen tot amateurclub van het jaar en nodigden ons uit om te zien hoe de club zich de laatste jaren heeft ontwikkeld.”

Waarom is het belangrijk om nieuwe verbindingen te leggen?

“De samenleving verandert sterk. Netwerkorganisaties worden belangrijker dan politieke partijen of vakbonden. Daar moet je als bestuurder goed op inspelen.

Bij ambtsbezoeken is het niet voldoende om alleen met de burgemeester, wethouders en raadsleden te praten. Als we echt iets over kwaliteit van het bestuur willen weten, moeten we ook de inwoners ontmoeten en horen hoe zij tegen hun gemeentebestuur aankijken. ‘Ik kan eigenlijk beter een uur in het café gaan staan’, riep ik.

Zo kwamen we op het idee om een rondje te maken langs een zaal met tafeltjes met inwoners. Daarbij vragen we mensen waar het nu eigenlijk om gaat in hun gemeenschap. Dat vonden gemeentebestuurders aanvankelijk best eng, maar het bleek goed te werken.”

Waarom vindt u het belangrijk zich in te zetten voor democratische waarden?

“Verbinding is echt een thema van deze wereld. Er is veel instabiliteit in de samenleving, bijvoorbeeld rond de komst van asielzoekers. Bij de benoemde bestuurders, zoals de burgemeesters en de commissarissen, is het gezag nog best groot. Inwoners zien hen als mensen die ze kunnen aanspreken.

Het directe contact tussen inwoners en bestuurders is een groot goed in dit land. Vluchtelingen lieten me onlangs weten dat zij in hun eigen land nog nooit met bestuurders gesproken hadden. Dat herinnert ons er weer aan dat deze verworvenheden niet vanzelfsprekend zijn. Ook Nederland is niet zomaar een democratie geworden.”

Hoe wordt het bestuur aantrekkelijker?

“We willen goede mensen hebben in het openbaar bestuur. Daar hoort bij dat we onze bestuurders iets beter honoreren. De meeste burgemeesters verdienen veel minder dan hogere ambtenaren bij het rijk, terwijl ze dag en nacht verantwoordelijkheid dragen. Dat mag best veranderen.

Het is vooral belangrijk om ons werk menselijker te maken, zodat we daarmee de verbinding leggen. Ik stimuleer ambtenaren om zelf ergens persoonlijk op bezoek te gaan. Dat maakt het werk voor hen ook meteen een stuk leuker.

Zelf breng ik graag eigen koekjes mee als teken van gastvrijheid. Onze bijeenkomst op maandagochtend begin ik met de vraag wat mensen in het weekeinde meegemaakt hebben. Met persoonlijke aandacht maak je het verschil. Als je het net iets anders doet, kun je beter met elkaar werken.”