Jan Heijman: "Geestelijke onafhankelijkheid is me veel waard"

Jan Heijman is vorige maand aangetreden als wethouder in Bladel. Hij is ook statenlid in Noord-Brabant, en was actief in de lokale politiek in Tilburg. In dit interview vertelt hij over zijn politieke drive. “Ik ben geestelijk onafhankelijk en ik kan me veroorloven om politicus te zijn. Dat is me heel veel waard.”

Hoe bent u politiek actief geworden?

“Op de meao in mijn geboorteplaats Den Haag blonk ik uit in staats- en bestuursrecht en was ik erg geïnteresseerd in politiek. Daarom mocht ik stage lopen bij de VVD-fractie in de Tweede Kamer. Ik mocht overal rondkijken en raakte nog meer gefascineerd. In 1987 meldde ik me aan als VVD-lid.

Na mijn verhuizing naar Tilburg kwam ik al snel op de kandidatenlijst en werd raadslid. In de praktijk waren mijn persoonlijke standpunten vaak te verschillend van de VVD. Na mijn raadsperiode heb ik in 2014 mijn lidmaatschap opgezegd. Vervolgens heb ik me aangemeld bij een lokale partij.” 

U bent statenlid geworden voor Lokaal Brabant. Hoe ging dat?

“Eind 2014 hebben we met een aantal lokale partijen in Brabant Lokaal Brabant opgericht om het lokale politieke geluid ook te laten doorklinken in Provinciale Staten. Na een mooie campagne hebben vijftienduizend mensen op ons gestemd. Het vervult me van trots dat het gelukt is om een zetel in de Staten te halen.

Ik heb in de provincie opgetrokken met burgerlid Denise Kunst (raadslid namens Volkspartij Dongen in de gemeente Dongen), die ook ons verkiezingsprogramma geschreven heeft. We benaderen alle onderwerpen met gezond verstand en kiezen voor ieder vraagstuk de beste oplossing, zonder politieke kleur als achtergrond. Ik wil niet aan de zijkant zitten en kritiek hebben zonder mijn verantwoordelijkheid te nemen. Het gaat om meepraten, meedenken en meedoen.”

Wat vindt u de mooiste kant van het politieke ambt?

“Het raadswerk vind ik het mooist. Het direct contact met je omgeving hebben en het direct kunnen handelen als er een probleem is, geeft veel voldoening. Als statenlid heb je toch wat meer afstand tot de burger en ben je meer politiek actief. Dat was in het begin erg wennen. Ik vind het gemakkelijker om in de oppositie te zitten dan om in een coalitie te zitten.

Een coalitiepartij moet altijd compromissen sluiten en iets van zijn eigen idealen inleveren. Dat betekent dat je vaak op je tong moet bijten, maar daar ben ik niet zo goed in. In de oppositie heb je veel meer vrijheid, maar uiteindelijk kan je in een coalitie meer bereiken, maar dat moet niet betekenen dat je bij alles achter een compromis moet verschuilen.”

Welke dilemma’s kwam u tegen?

“Als lid van een coalitiepartij mag je het partijbelang niet schaden, maar je wilt de burger ook niet in de kou laten staan. Je moet al je woorden op een weegschaal leggen voordat je ze uitspreekt. Dat maakte ik bijvoorbeeld mee toen mijn eigen wethouder bij een bestemmingsplan het volgens mij bij het verkeerde eind had en een burger terecht vond dat hij in zijn belangen geschaad was. Voor mij was dat erg moeilijk.

Maar uiteindelijk ben ik volksvertegenwoordiger: als de kiezers mij niet vertrouwen, houdt het op. Als ik besluiten niet kan uitleggen, ben ik als volksvertegenwoordiger mislukt. Voor ons als vertegenwoordigers van lokale partijen is de vertegenwoordigende rol zelfs nog belangrijker dan voor partijen die vanuit een ideologie werken. Als lokale partijen zijn we moeilijk te definiëren, dus we moeten het hebben van onze overtuigingskracht.”

Wat merkt u van het imago dat politieke ambtsdragers hebben?

“We krijgen vaak het etiket van zakkenvuller. Een statenlid ontvangt ruim 1300 euro, eerder als raadslid kreeg ik de vergoeding bijna 1800 euro. De provinciale politiek vraagt veel meer tijd dan het raadswerk en daar komt de reistijd nog bij. Het ontgaat mij hoe ik dan een zakkenvuller kan zijn.

De meeste politici die ik ken zijn actief in de politiek omdat ze oprecht iets willen doen om onze samenleving te verbeteren. Natuurlijk gaat daar ook wel eens wat fout. Het is belangrijk om in het openbaar laakbaar gedrag te benoemen, anders vervaagt het aanzien van het politieke ambt nog meer.

We hebben in de Staten onze handen meer vrij, dus voor mij is het gemakkelijker om die rol te vervullen dan een lid van een coalitiepartij. De meeste lokale partijen zien het benoemen van laakbaar gedrag bovendien als een belangrijke taak. Dat is vaak ook een reden dat ze ontstaan zijn.”

Waar moet je voor waken als politicus?

“Je moet uitkijken dat je niet te veel iets achter de schermen wilt oplossen als een burger jou vraagt voor hulp.  Als je zaken wil regelen buiten de politieke lijnen om, dan vervaagt je rol. Je moet beseffen dat je geen ombudsman bent, maar volksvertegenwoordiger. Bij alles wat je doet moet je transparant en aanspreekbaar zijn. Dat vind ik wel een van de moeilijkste kanten van het politieke ambt, want mensen doen graag een beroep op jou. Maar hoe graag je dat ook wilt, je kan niet altijd helpen.”

Hoeveel tijd steekt u in uw politieke activiteiten?

“Als ik de campagnetijd niet meereken, ben ik zo’n dertig uur per week met politieke activiteiten bezig. Daarnaast besteed ik zo’n dertig uur aan mijn werk. Dat mijn vrouw en ik geen kinderen hebben, is in dit geval een voordeel.

Ik vind het waardevol dat politici hun werk in de Staten of de gemeenteraad combineren met een baan, maar voor nogal wat politici is het moeilijk om aan een baan te komen. Mondigheid maakt werkgevers huiverig. Een lange vergadering in de avonduren is bovendien fysiek behoorlijk zwaar als je de volgende dag weer om acht uur op je werk moet zitten.

Gelukkig verdien ik als zelfstandig ondernemer genoeg om mijn boterham aan beide kanten te besmeren. Daardoor ben ik in staat om de dingen te doen die ik leuk vind.”

Wat heeft u als politicus bereikt?

“Je bent een radertje in het geheel, dus het is lang niet altijd zichtbaar wat jij persoonlijk precies bereikt. Ik ben wel trots op een aantal initiatieven, zoals de moties die ik heb ingediend voor mensen die langer thuis willen blijven wonen. Ik heb bij de provincie de discussie rond de spoorlijn bij Moerdijk op de agenda gezet. En ik heb veel aandacht gevraagd voor gemeentelijke herindelingen. Het boeken van resultaten zit vaak in kleine dingen.”

Wat heeft een politicus nodig om goed te functioneren?

“Gezond verstand en de steun van je naaste omgeving. Dit werk vergt veel tijd en inzet, en zonder de steun van je naasten kun je dit werk niet doen. Want je moet niet alleen rapporten lezen, maar ook zelf beleven wat daarachter schuilt en op locatie beleven wat de gevolgen zijn. Zo weet je welke problemen mensen tegenkomen.

Daarvoor heb je een lange adem nodig. We zijn al heel lang bezig met de Q-koorts. Op het moment dat de aandacht voor zo’n kwestie wegzakt, heb jij als politicus de taak om er weer over te beginnen.”

Bij de laatste Kamerverkiezingen was u lijsttrekker voor Lokaal in de Kamer. Wat drijft u daarbij?

“Het gebied buiten de Randstad is een vergeten landsdeel in Den Haag. Veel beleid heeft bij gemeenten op het platteland een onbedoelde uitwerking. Daar willen wij meer aandacht voor vragen. Ons idee om vanuit de lokale gedachtegang te werken, wordt breed herkend.

Bij onze campagne gingen we kriskras naar allerlei bijeenkomsten en waren bijna vijftig uur per week in touw. Het is mooi om vertrouwen op te bouwen en te merken dat mensen reageren op ons verhaal. Vooral de radio- en televisie-interviews vond ik mooi om te doen. Elk media-optreden of vergadering is een training. Machtig leuk, omdat je merkt dat je verhaal elke keer sterker wordt.

Mijn doel is om bij een van de volgende verkiezingen een opvolger te hebben in de Staten. Deze beweging mag niet stilvallen als ik ermee stop. Bovenal wil ik overal het lokale geluid laten horen. Daarvoor grijp ik elke kans aan.”

Het lukte Heijman niet om een zetel te halen voor de lijst Lokaal in de Kamer. Heijman diende vorige maand zijn ontslag in als commissielid voor de partij Lokaal Tilburg om wethouder in Bladel te worden.